Tim Beckmann: “Voor dertig vogelpoepjes kochten wij koeien”

Tim Beckmann: “Voor dertig vogelpoepjes kochten wij koeien” 

Nederland wil voorop lopen. Maar ondertussen rijden we met de handrem erop. 

Door Tim Beckmann, CEO Intospace® en bestuurslid DILAS 

Nederland wil graag voorop lopen. In natuurbescherming. In verduurzaming. In zorgvuldig ruimtegebruik. Die ambitie is op zichzelf te prijzen. Maar in dat streven hebben we regels en systemen ontworpen die ons steeds vaker blokkeren in plaats van verder helpen. 

Dat werd pijnlijk duidelijk bij een recent logistiek project op een bestaand bedrijventerrein in Nederland. Bestemde grond, geen ingewikkelde bestemmingswijziging. Op papier een overzichtelijk traject. In de praktijk bleek het tegendeel waar. 

Stikstof: wanneer het model belangrijker wordt dan de werkelijkheid 

Volgens de geldende regels moest voor dit project stikstofruimte worden gecompenseerd via extern salderen. In de praktijk betekende dat het aankopen van stikstofrechten uit de landbouw. Een vergunningprocedure die normaal enkele maanden duurt, kwam tot stilstand toen het toetsingskader tussentijds wijzigde. Het resultaat: onzekerheid en langdurige vertraging. 

Pas nadat we een ecoloog inschakelden, werd het probleem inhoudelijk inzichtelijk. Niet door het weg te rekenen, maar door het ecologisch te beoordelen. 

In Nederland hanteren we een grenswaarde van 0,005 mol stikstof per hectare — ruwweg te vergelijken met één vogelpoepje per twee voetbalvelden. Het project zelf zat op circa 0,15 mol, oftewel dertig vogelpoepjes per twee voetbalvelden

Het Natura2000-gebied waartegen wordt gerekend, kent echter een achtergronddepositie van circa 600.000 vogelpoepjes per twee voetbalvelden. De extra bijdrage van het project is ecologisch niet meetbaar en niet significant. Daarmee verviel zelfs de vergunningplicht. Twee onafhankelijke advocatenkantoren bevestigden dit oordeel. 

Maar toen waren we al anderhalf jaar verder — en waren stikstofrechten aangekocht om dertig vogelpoepjes te compenseren in een gebied dat structureel met zeshonderdduizend te maken heeft. 

De conclusie is ongemakkelijk maar helder: niet de uitstoot was het probleem, maar het model. Door stikstof volledig te juridiseren en te reduceren tot een rekensom, is de inhoudelijke ecologische afweging verdrongen. 

Netcongestie: tijd voor een decentrale energiemarkt 

Een vergelijkbaar patroon zien we bij netcongestie. Nederland zou ‘op slot’ zitten door een tekort aan elektriciteit. Maar de cijfers vertellen een ander verhaal. Over een periode van twintig jaar is het totale elektriciteitsverbruik in Nederland met meer dan tien procent gedaald. Pas in de afgelopen twee jaar is sprake van een lichte stijging. Per saldo gebruiken we nog altijd minder elektriciteit dan twintig jaar geleden. Het probleem is dus geen tekort aan energie, maar een tekort aan transportcapaciteit. Ons energiesysteem is ingericht op centrale opwek en distributie via steeds dikkere kabels. Dat vraagt enorme investeringen en jarenlange doorlooptijden, terwijl projecten ondertussen stilvallen. 

De energietransitie vraagt daarom niet alleen om nieuwe bronnen, maar om een fundamentele verschuiving naar een decentrale energiemarkt. Lokale opwek, energiehubs, opslag in batterijen en regionale energiemarkten maken het mogelijk vraag en aanbod lokaal te balanceren en het net te ontlasten. Technisch kan dit al. Institutioneel en regulatoir lopen we achter.Ook hier zien we dezelfde reflex: systemen dichtregelen, in plaats van ruimte bieden aan slimme oplossingen uit de praktijk. 

Omgevingswet: versnellen beloofd, vertragen geleverd 

Daar komt de Omgevingswet bij. Bedoeld om procedures te vereenvoudigen en te versnellen, maar in de praktijk zien we vaak het tegenovergestelde. Vergunningprocedures die wettelijk acht weken zouden moeten duren, lopen inmiddels regelmatig op tot meer dan een jaar. Ook uitgebreide procedures, die een doorlooptijd van 26 weken kennen, overschrijden structureel de termijn van twaalf maanden. Uit een analyse van circa veertig projecten binnen onze sector blijkt dat de gemiddelde doorlooptijd van vergunningverlening de afgelopen twee jaar meer dan verdubbeld is. Het vervallen van harde termijnen en het ontbreken van capaciteit en kennis bij gemeentes zorgen voor onzekerheid en vertraging. Voor investeerders is die onzekerheid funest. Toch blijft dit probleem opvallend onderbelicht in het publieke debat. 

De handrem los 

In stikstof, energie en vergunningverlening zien we hetzelfde patroon. Nederland heeft een sterke motor: ondernemerschap, kennis, kapitaal en ambitie. Maar we rijden met de handrem erop. Niet door kwade wil, maar door systemen die te rigide zijn geworden om onderscheid te maken tussen relevante en irrelevante effecten.Als we natuur serieus willen beschermen, de energietransitie willen versnellen en economische ontwikkeling mogelijk willen houden, zullen we weer ruimte moeten maken voor professionele afwegingeninhoudelijke expertise en nuance

Niet alles wat rekenkundig bestaat, is ecologisch of maatschappelijk betekenisvol. En niet elk risico laat zich wegregelen zonder nieuwe problemen te creëren. Nederland hoeft niet minder ambitieus te worden. Maar het moet wel de handrem loslaten. 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief